Mts. Rozendaal

Op de Oudendijk in Strijen, waar Biologisch Goed is gevestigd, hebben wij, Jan en Hans Rozendaal ons groenteteeltbedrijf. In 1997 zijn we omgeschakeld van de gangbare tuinbouw naar biologisch. Biologisch was toen eigenlijk nog helemaal niet zo bekend als nu. Er was toen nog weinig kennis over de biologische landbouw en we hebben dus met vallen en opstaan geleerd hoe het wel moet en wat je niet moet doen. Na al die jaren hebben we 1 conclusie: wees goed voor de bodem, dan is de bodem ook goed voor jou.



In 2003 hebben we samen het bedrijf van onze ouders overgenomen. In 2006 is Biologisch Goed gestart in de schuur die aan het huis vast zit. Maar 2 bedrijven in 1 schuur werd al gauw te krap. Daarom hebben we eind 2006 een nieuwe loods gebouwd met een koeling voor 280 ton en een verwerkingsruimte. In de koeling staan gedurende de winter en voorjaar onze producten opgeslagen. De kolen, knolselderij en pastinaken worden op bestelling uit de koeling gehaald, gewassen, schoongemaakt en verpakt. 



De gewassen die wij telen zijn Rode kool, Witte kool, Knolselderij, Groenselderij, Pastinaken, Courgettes, Prei en Gras/klaver. Gras/klaver telen we als groenbemester en diervoeder. De groenbemester onderdrukt het onkruid en maakt de bodem vruchtbaar doordat de klaver stikstof uit de lucht in de bodem vastlegt. 



Ieder jaar hebben we een ander gewas op een perceel staan, de zgn. vruchtwisseling. Zo voorkom je dat je bodem gebonden ziekten en plagen krijgt. Wij bemesten onze bodem met biologische varkensmest, paardenmest en compost. Door de vruchtwisseling en bemesting proberen we de bodem in een zo goed mogelijke conditie te krijgen. Als de bodem op orde is, groeien de gewassen makkelijker en zijn ze minder vatbaar voor ziekten en plagen. 

Een ander belangrijk punt op ons bedrijf is de biodiversiteit. Hoe meer diversiteit op het bedrijf, in de vorm van houtwallen, kruidenranden, nestkasten, onverhard terrein, steenhopen e.d., des te meer soorten insecten en zoogdieren komen er op ons bedrijf voor. We hebben bv. een kerkuilenkast (met af en toe een bezoeker), een steenuilenkast en een torenvalkenkast. 



Deze vogels eten muizen en ratten. In de kruiden/bloemenranden leven bv. sluipwespen en lieveheersbeestjes die het stuifmeel eten. Maar sluipwespen planten zich voort door eitjes te leggen in een rups of luis. De larve die dan uit het eitje komt, eet dan weer de rups of luis op. Als we bijvoorbeeld rupsen in de kolen hebben, hoeven we zo dus niet te spuiten, maar helpt de natuur ons een handje.
Van de 20 hectare die wij betelen, is ongeveer 8 hectare gras/klaver. De overige 12 hectare is groenteteelt. Wat we machinaal kunnen doen, zoals schoffelen, wiedeggen, rooien, oogsten, dat proberen we dan machinaal te doen. Maar er blijft veel handwerk over. De groenselderij wordt allemaal met de hand geoogst (ieder jaar zo’n 100.000 stuks), de rode en witte kolen moeten met een mes allemaal worden afgesneden (250.000 stuks), de pastinaken oogsten we ook met de hand, evenals de prei. Gelukkig hoeven we het niet met z’n 2-en te doen, want we hebben nog 2 parttime medewerkers in dienst en nog een 10-tal scholieren die in de vakanties en op zaterdag komen helpen. Best gezellig hoor!

Ons doel is om zoveel mogelijk van onze producten in de regio af te zetten. Wat in de regio geteeld is, moet eigenlijk ook in de regio gegeten worden. Dat is ook een reden waarom wij in 2006 gestart zijn met Biologisch Goed. Daarnaast leveren we ook veel aan andere biologische collega’s met boerderijwinkels of restaurants. Helaas kan niet alles wat wij produceren in de regio gegeten worden, dus er wordt ook aardig wat geëxporteerd. Dat gaat vaak met tonnen tegelijk met vrachtauto’s weg.